Artsen-microbioloog

Wat wij doen

Met het auditprogramma infectiepreventie (APIP) in ziekenhuizen zorgen wij er voor dat de infectiepreventie audits op een vergelijkbare manier worden uitgevoerd. Want ook voor infectiepreventie geldt ‘meten is weten’.

Alle ziekenhuizen hebben een afdeling infectiepreventie. Deze afdeling is onder meer verantwoordelijk voor het uitvoeren van audits. Ieder ziekenhuis gebruikt hiervoor de landelijke richtlijnen als uitgangspunt. Door de audits regelmatig uit te voeren krijgt een ziekenhuis een beeld hoe het presteert in het verloop van de tijd. Ook kun je zo afdelingen binnen een ziekenhuis met elkaar vergelijken.

APIP zorgt ervoor dat ziekenhuizen ook van elkaar leren. Dit doen we door onderdelen van de infectiepreventie uniform, objectief en reproduceerbaar te meten. Zo kunnen we de resultaten vergelijken en zien we waar ziekenhuizen van elkaar verschillen. Het uiteindelijke doel is het aantoonbaar verbeteren van de infectiepreventie.

Binnen APIP werken de deelnemende ziekenhuizen samen aan:

  • Het ontwikkelen en uitvoeren van uniforme audits
  • Het vergelijken van resultaten
  • Het uitwisselen van kennis en ervaring op het gebied van infectiepreventie

Contact

Wil je hier meer over weten, neem dan contact op met: Veronica Weterings

Onder de naam ‘Hoe schoon is schoon’ heeft een werkgroep met deskundigen infectiepreventie uit verschillende Brabantse ziekenhuizen een audit van de schoonmaak ontwikkeld. De audit gaat er van uit dat de aanwezigheid van organisch materiaal op een oppervlakte, een maat is voor de verontreiniging van dat oppervlakte. En de hoeveelheid organisch materiaal is objectief en reproduceerbaar te meten.

Succesfactoren

In Brabant is de audit tot nu toe twee keer succesvol uitgevoerd. De volgende factoren zijn daarbij belangrijk:

  • het gezamenlijk bepalen van de te meten oppervlakten;
  • het met elkaar meekijken bij de audit en zo ook van elkaar leren;
  • het met elkaar bespreken van de resultaten;
  • een verbindende, deskundige en enthousiasmerende projectleider.

Zelf aan de slag?

Wil je in jouw zorginstelling deze audit uitvoeren, dan is het goed om te weten dat de dataverwerking kennis van statistiek en SPSS vereist. In onderstaande handleiding vind je hierover meer informatie. TIP: Betrek iemand in de projectgroep die de nodige statistische basiskennis bezit.

Met de volgende informatie kun je zelf aan de slag met het uitvoeren van deze audit:

Dit project is onderdeel van het Auditprogramma Infectiepreventie (APIP).

Deze audit wordt ook verwerkt in een ondersteunende en gebruiksvriendelijke app.

Contact:

Marjolijn Wegdam

Meten is weten. Daarom vinden we het vanuit ons zorgnetwerk belangrijk dat we de infectiepreventie in zorginstellingen meten én vergelijken. Door vervolgens de uitkomsten uit metingen te vergelijken. komen verschillen in beeld. En zo kunnen we de infectiepreventie verbeteren. Door bijvoorbeeld met regelmaat op een vaststaande manier te meten hoe schoon een ziekenhuisafdeling is, krijg je in beeld hoe schoon deze afdeling is in vergelijking met afdelingen in andere ziekenhuizen. Of dat de betreffende afdeling schoner of minder schoon is dan andere afdelingen in hetzelfde ziekenhuis. Op basis van de gemeten verschillen leren afdelingen en ziekenhuizen van elkaar. Daardoor wordt uiteindelijk ieder ziekenhuis schoner, wat het risico op infecties verminderd. Dit kun je ook doen met het meten van de handhygiëne of het meten van naleven van de kledingvoorschriften die belangrijk zijn voor hygiënisch werken. Met de ontwikkeling van een audit app ondersteunen we het op een vergelijkbare wijze verzamelen van auditinformatie.

Goed vergelijken

Om audituitkomsten goed te vergelijken zijn de volgende zaken belangrijk:

  • De audit is zo objectief mogelijk. Dat betekent dat, wanneer op eenzelfde plek de meting twee keer gedaan wordt door twee verschillende mensen de uitkomst hetzelfde is.
  • De audit is reproduceerbaar. Dit houdt in dat op verschillende momenten in tijd de audit hetzelfde moet meten.

Verschillende mensen, op verschillende momenten, op verschillende plekken moeten dus op dezelfde manier meten om zinvol te vergelijken. De app helpt hierbij.

Meerdere audits

De audit app is ontwikkeld door de regionale zorgnetwerken Rezisto, LINK, Holland West en Euregio/Zwolle. In de eerste versie van de app krijgen de volgende audits een plek:

  • Hoe schoon is schoon, een uniforme audit voor de schoonmaak in ziekenhuizen
  • Een audit basishygiëne in ziekenhuizen
  • Een handhygiëne audit voor ziekenhuizen
  • De landelijke uniforme infectiepreventie audit voor verpleeghuizen

Planning

Op basis van de audits wordt in de eerste helft van 2021 een eerste versie van de app ontwikkeld. Een gebruikersgroep bestaande uit deskundigen infectiepreventie uit de deelnemende regio’s start in januari 2021 met het beoordelen en testen van de ontwerpen. Het doel is op 1 mei 2021 de eerste versie van de app te lanceren.

Contact

Contactpersoon voor dit onderwerp is Thera Habben Jansen.

LA-MRSA staat voor livestock associated Methicilline Resistente Staphyloccus aureus. Het is een resistente bacterie die infecties kan veroorzaken die moeilijk te behandelen zijn. Mensen die in contact komen met bedrijfsmatig gehouden varkens, pluimvee of vleeskalveren zijn vaak drager van deze resistente bacterie. Omdat in Brabant veel van dit soort veebedrijven gehuisvest zijn, hebben veel zorginstellingen zich hierop voorbereid. Zij passen isolatiemaatregelen toe bij dragers van LA-MRSA. In de regionale werkgroep LA-MRSA stemmen deskundigen infectiepreventie van meerdere ziekenhuizen hier hun beleid af.

Aangepast beleid

De ziekenhuizen die meedoen aan de werkgroep hebben hun beleid voor het omgaan met patiënten en medewerkers die drager zijn van LA-MRSA versoepeld ten opzichte van de landelijke richtlijnen.

Op basis van onderzoek onder 159 opgenomen patiënten met LA-MRSA hebben zij besloten om patiënten met LA-MRSA niet meer in strikte isolatie, maar in contactisolatie te verplegen. Deze vorm van isolatie is patiëntvriendelijker en minder kostbaar, omdat er minder isolatiemaatregelen nodig zijn.

Hierdoor kunnen ook zorgmedewerkers die de LA-MRSA bacterie bij zich dragen toch aan het werk, onder gecontroleerde omstandigheden. Dit zijn vaak verpleegkundigen die thuis op een varkensbedrijf wonen en daardoor telkens opnieuw de LA-MRSA bacterie oplopen. De werkwijze is beschreven in het protocol ‘werken in de zorg met LA-MRSA’.

De werkgroep

De deskundigen infectiepreventie voeren in de werkgroep de volgende activiteiten uit:

  • Screening en opvolging van LA-MRSA positieve medewerkers in ziekenhuizen;
  • Bewaking van transmissie van LA-MRSA in het ziekenhuis;
  • Dataverzameling ten behoeve van de monitoring van het transmissierisico van specifieke LA-MRSA typen in samenwerking met het RIVM;
  • Inventarisatie van maatregelen bij LA-MRSA in de eerste en tweede lijn.

Signaleren van uitbraken

Om de veiligheid van het aangepaste beleid te bewaken, ontwikkelt de werkgroep samen met het RIVM en het Radboudumc een werkwijze voor het vroeg signaleren van uitbraken met LA-MRSA. Hiervoor is een subsidie van ZonMw ontvangen.

Contact:

Marjolijn Wegdam

BRMO gaat over bacteriën die resistent zijn tegen één of meer van de antibiotica waar zij voorheen wel gevoelig voor waren.

Medisch microbiologische laboratoria signaleren regionaal de aanwezigheid van BRMO. Zij vinden deze bacteriën onder andere bij diagnostisch onderzoek. Wanneer bij kweken voor diagnostiek bacteriën zijn gevonden, controleert het laboratorium voor welke antibiotica de betreffende bacterie gevoelig is. Ook via screening van patiënten of bij kweken bij contactonderzoek vinden laboratoria regelmatig resistente bacteriën.

In Noord-Brabant werken drie medisch microbiologische laboratoria voor de ziekenhuizen in de regio. De arts microbiologen van deze laboratoria zijn ook verantwoordelijk voor de infectiepreventie in deze ziekenhuizen. Infectiepreventie en diagnostiek zijn daardoor onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Regionaal informatie delen

Arts microbiologen en deskundigen infectiepreventie komen periodiek voor een BRMO overleg bij elkaar. Ze stemmen dan beleid af, kijken hoe ze prevalentiemetingen in ziekenhuizen op eenzelfde manier kunnen uitvoeren en delen opvallende waarnemingen met elkaar. Acties die uit dit overleg naar voren zijn gekomen zijn onder meer:

  • Betrokkenheid bij het MAIL project van de regio Zuid West Nederland over het uniformeren van patiëntinformatie over BRMO
  • Het maken van een overzicht van de prevalentiemetingen die uitgevoerd worden
  • Het vergelijken en waar mogelijk afstemmen van isolatiebeleid in het ziekenhuis bij verschillende BRMO.

Contact:

Laura van Dommelen

De ziekenhuizen in Brabant informeren elkaar onderling wanneer er sprake is van een uitbraak van een BRMO. Naast de melding aan het landelijke signaleringsoverleg ziekenhuisinfecties en antimicrobiële resistentie (SO-ZI/AMR) is het relevant om tijdig de regionale partners te informeren. Patiënten bewegen zich voornamelijk op regionale schaal waardoor het relevant is te weten welke actuele uitbraken in de regio spelen.

Voor het melden is regionaal een eenvoudige werkwijze en een bijbehorend formulier ontwikkeld.

Contact: Marjolijn Wegdam

Het risicoprofiel is vooral een beschrijvend document dat inzicht in de verschillende risico’s die we op het gebied van antibioticaresistentie in onze Noord-Brabantse regio lopen. Ook geeft het inzicht in wat er al gedaan wordt om deze risico’s te beheersen en wat (nog) niet. Het is een hulpmiddel waarmee je prioriteiten kunt stellen in je beleid en waarmee je maatregelen kunt nemen om risico’s op het gebied van antibioticaresistentie te beheersen.

Het profiel laat de volgende onderdelen zien:

  • Een beschrijving van de regio en de zorgkaart.
  • Een overzicht van de mogelijke knelpunten (uitbraken, resistentie, antibioticagebruik, beleving van burgers en antibioticaresistentie in de veehouderij).
  • Een risicobeoordeling van verschillende onderdelen van de zorgketen. Denk daarbij aan formatie voor infectiepreventie; auditsystematiek; BRMO surveillance en terugkoppeling. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen ziekenhuizen en langdurige zorginstellingen.

Het risicoprofiel wordt gevuld met kwantitatieve gegevens van onder meer het CBS en van netwerkpartners van Rezisto. De kwalitatieve informatie wordt voornamelijk verzameld tijdens bijeenkomsten en werksessies met (zorg)experts, zoals artsen-microbioloog, deskundigen infectiepreventie en specialisten ouderengeneeskunde.

Zie ook: Samenvatting regionaal risicoprofiel Noord-Brabant (PDF).

Contact

Eefje Raams, projectmedewerker Rezisto
eraams@amphia.nl

Het PREZIES (PREventie van ZIEkenhuisinfecties door Surveillance) netwerk is een samenwerkingsverband van ziekenhuizen en het RIVM. Via hun afdeling infectiepreventie melden ziekenhuizen zich aan voor deelname. Door deel te nemen, krijgt het ziekenhuis inzicht hoe vaak specifieke zorginfecties in het eigen huis voorkomen ten opzichte van de andere deelnemende ziekenhuizen. Deelname biedt dus de mogelijkheid de eigen resultaten op het gebied van deze zorginfecties te spiegelen. Het aanleveren van de benodigde data gebeurt vaak via de afdelingen infectiepreventie. Zij halen deze geanonimiseerde informatie uit het elektronisch patiëntendossier. Bij herhaalde metingen, geven de resultaten inzicht in trends in het optreden van zorginfecties in het eigen ziekenhuis.

Wat meet PREZIES?

De volgende modules zijn binnen PREZIES beschikbaar:

  • Incidentie onderzoek van postoperatieve wondinfecties
  • Incidentie onderzoek van lijnsepsis
  • Halfjaarlijks prevalentie onderzoek van zorginfecties bij de opgenomen patiënten
  • Thematisch onderzoek naar gebruik van urethrakatheters
  • Thematisch onderzoek naar antibioticagebruik

Informatie en aanmelden

Meer informatie over PREZIES en de mogelijkheid om aan te melden is te vinden op de website van het RIVM.

Contact

E-mail: prezies@rivm.nl
Telefoon: 030 – 274 3159

Om er zeker van te zijn dat de maatregelen op het gebied van infectiepreventie werken, is het belangrijk om resultaten te meten. Dat kan via audits van infectiepreventiemaatregelen, maar ook resultaatmetingen zijn nuttig. Het Surveillance Netwerk Infectieziekten Verpleeghuizen (SNIV) van het RIVM biedt hiervoor mogelijkheden.

Wat meet SNIV?

Neem je deel aan het netwerk, dan heb je de volgende keuzemogelijkheden:

  • Een wekelijkse incidentiemeting (meting van het aantal nieuwe gevallen per week) van diverse infectieziekten waaronder COVID19;
  • Een halfjaarlijkse prevalentiemeting (hoeveel procent van de cliënten heeft op dit moment de gemeten infectie) van verschillende zorginfecties waaronder COVID-19;
  • Antibiotica surveillance als onderdeel van het prevalentie onderzoek en als losse module.

Omdat alle deelnemende verpleeghuizen deze metingen op dezelfde manier uitvoeren, kunnen we resultaten ook met elkaar vergelijken. Je kunt dus het resultaat van het eigen huis vergelijken met de resultaten van de andere deelnemende verpleeghuizen. Het inzicht of je laag, gemiddeld of hoog scoort helpt bij het beoordelen van het succes van het eigen infectiepreventiebeleid.

Informatie en aanmelden

Meer informatie over SNIV en de mogelijkheid om aan te melden is te vinden op de website van het RIVM.

Contactpersoon voor dit onderwerp is Eefje Raams.