Artsen-microbioloog

Wat wij doen

Met het auditprogramma infectiepreventie (APIP) in ziekenhuizen zorgen wij er voor dat de infectiepreventie audits op een vergelijkbare manier worden uitgevoerd. Want ook voor infectiepreventie geldt ‘meten is weten’.

Alle ziekenhuizen hebben een afdeling infectiepreventie. Deze afdeling is onder meer verantwoordelijk voor het uitvoeren van audits. Ieder ziekenhuis gebruikt hiervoor de landelijke richtlijnen als uitgangspunt. Door de audits regelmatig uit te voeren krijgt een ziekenhuis een beeld hoe het presteert in het verloop van de tijd. Ook kun je zo afdelingen binnen een ziekenhuis met elkaar vergelijken.

APIP zorgt ervoor dat ziekenhuizen ook van elkaar leren. Dit doen we door onderdelen van de infectiepreventie uniform, objectief en reproduceerbaar te meten. Zo kunnen we de resultaten vergelijken en zien we waar ziekenhuizen van elkaar verschillen. Het uiteindelijke doel is het aantoonbaar verbeteren van de infectiepreventie.

Binnen APIP werken de deelnemende ziekenhuizen samen aan:

  • Het ontwikkelen en uitvoeren van uniforme audits
  • Het vergelijken van resultaten
  • Het uitwisselen van kennis en ervaring op het gebied van infectiepreventie

Van november 2021 tot en met januari 2022 voeren de deelnemende ziekenhuizen een uniforme audit uit over juist gebruik van urinecatheters.

Contact

Wil je hier meer over weten, neem dan contact op met: Veronica Weterings vweterings@amphia.nl.

Onder de naam ‘Hoe schoon is schoon’ heeft een werkgroep met deskundigen infectiepreventie uit verschillende Brabantse ziekenhuizen een audit van de schoonmaak ontwikkeld. De audit gaat er van uit dat de aanwezigheid van organisch materiaal op een oppervlakte, een maat is voor de verontreiniging van dat oppervlakte. En de hoeveelheid organisch materiaal is objectief en reproduceerbaar te meten.

Succesfactoren

In Brabant is de audit tot nu toe twee keer succesvol uitgevoerd. De volgende factoren zijn daarbij belangrijk:

  • het gezamenlijk bepalen van de te meten oppervlakten;
  • het met elkaar meekijken bij de audit en zo ook van elkaar leren;
  • het met elkaar bespreken van de resultaten;
  • een verbindende, deskundige en enthousiasmerende projectleider.

Zelf aan de slag?

Wil je in jouw zorginstelling deze audit uitvoeren, dan is het goed om te weten dat de dataverwerking kennis van statistiek en SPSS vereist. In onderstaande handleiding vind je hierover meer informatie. TIP: Betrek iemand in de projectgroep die de nodige statistische basiskennis bezit.

Met de volgende informatie kun je zelf aan de slag met het uitvoeren van deze audit:

Dit project is onderdeel van het Auditprogramma Infectiepreventie (APIP).

Deze audit wordt ook verwerkt in een ondersteunende en gebruiksvriendelijke app.

Contact:

Marjolijn Wegdam

Meten is weten. Daarom vinden we het vanuit ons zorgnetwerk belangrijk dat we de infectiepreventie in zorginstellingen meten én vergelijken. Door het uitwisselen van resultaten kunnen instellingen vervolgens van elkaar leren. Om dit te ondersteunen is de Infectie Preventie Audit (IPA) app ontwikkeld.

Meerdere audits

De audit app is ontwikkeld door de regionale zorgnetwerken Rezisto, LINK, Holland West en Euregio/Zwolle. De volgende audits zijn er nu in terug te vinden:

  • Hoe schoon is schoon, een uniforme audit voor de schoonmaak in ziekenhuizen
  • Een audit basishygiëne in ziekenhuizen
  • Een handhygiëne audit voor ziekenhuizen

In 2022 wordt een basisaudit voor de langdurige zorg toegevoegd.

Voor het gebruik van de app is het nodig om een account aan te maken. Meer informatie over het downloaden van de app en het aanmaken van een account is hier te vinden.

Op basis van de audits wordt in 2021 een eerste versie van de app ontwikkeld. Een gebruikersgroep bestaande uit deskundigen infectiepreventie uit de deelnemende regio’s is in januari 2021 gestart met het beoordelen en testen van de ontwerpen. Het doel is half december 2021 de eerste versie van de app te lanceren.

Contact

Contactpersoon voor dit onderwerp is Thera Habben Jansen thabbenjansen@amphia.nl.

LA-MRSA staat voor livestock associated Methicilline Resistente Staphyloccus aureus. Het is een resistente bacterie die infecties kan veroorzaken die moeilijk te behandelen zijn. Mensen die in contact komen met bedrijfsmatig gehouden varkens, pluimvee of vleeskalveren zijn vaak drager van deze resistente bacterie. Omdat in Brabant veel van dit soort veebedrijven gehuisvest zijn, hebben veel zorginstellingen zich hierop voorbereid. Zij passen isolatiemaatregelen toe bij dragers van LA-MRSA. In de regionale werkgroep LA-MRSA stemmen deskundigen infectiepreventie van meerdere ziekenhuizen hier hun beleid af.

Aangepast beleid

De ziekenhuizen die meedoen aan de werkgroep hebben hun beleid voor het omgaan met patiënten en medewerkers die drager zijn van LA-MRSA versoepeld ten opzichte van de landelijke richtlijnen.

Op basis van onderzoek onder 159 opgenomen patiënten met LA-MRSA hebben zij besloten om patiënten met LA-MRSA niet meer in strikte isolatie, maar in contactisolatie te verplegen. Deze vorm van isolatie is patiëntvriendelijker en minder kostbaar, omdat er minder isolatiemaatregelen nodig zijn.

Hierdoor kunnen ook zorgmedewerkers die de LA-MRSA bacterie bij zich dragen toch aan het werk, onder gecontroleerde omstandigheden. Dit zijn vaak verpleegkundigen die thuis op een varkensbedrijf wonen en daardoor telkens opnieuw de LA-MRSA bacterie oplopen. De werkwijze is beschreven in het protocol ‘werken in de zorg met LA-MRSA’. Een werkgroep is momenteel aan de slag met het updaten van de patiëntinformatie die hoort bij die protocol. Dit doen zijn in samenwerking met Pharos, een stichting die zich richt op begrijpelijke patiëntinformatie en met name rekening houdt met laaggeletterde patiënten.

De werkgroep

De deskundigen infectiepreventie voeren in de werkgroep de volgende activiteiten uit:

  • Screening en opvolging van LA-MRSA positieve medewerkers in ziekenhuizen;
  • Bewaking van transmissie van LA-MRSA in het ziekenhuis;
  • Dataverzameling ten behoeve van de monitoring van het transmissierisico van specifieke LA-MRSA typen in samenwerking met het RIVM;
  • Inventarisatie van maatregelen bij LA-MRSA in de eerste en tweede lijn.

Signaleren van uitbraken

Om de veiligheid van het aangepaste beleid te bewaken, ontwikkelt de werkgroep samen met het RIVM en het Radboudumc een werkwijze voor het vroeg signaleren van uitbraken met LA-MRSA. Hiervoor is een subsidie van ZonMw ontvangen.

Contact:

Thera Habben Jansen thabbenjansen@amphia.nl.

Om alle vraagstukken rondom diagnostiek en infectiepreventie op het gebied van COVID-19 gezamenlijk te bespreken komen de artsen microbioloog van de verschillende medisch microbiologische laboratoria en de GGD regio’s van Noord-Brabant periodiek bij elkaar.

Naast COVID-19 staan ook andere volksgezondheidsvraagstukken, zoals antibiotica resistentie op de agenda. Medisch microbiologische laboratoria signaleren regionaal de aanwezigheid van BRMO. Zij vinden deze bacteriën onder andere bij diagnostisch onderzoek. Wanneer bij kweken voor diagnostiek bacteriën zijn gevonden, controleert het laboratorium voor welke antibiotica de betreffende bacterie gevoelig is. Ook via screening van patiënten of bij kweken bij contactonderzoek vinden laboratoria regelmatig resistente bacteriën.

In Noord-Brabant werken drie medisch microbiologische laboratoria voor de ziekenhuizen in de regio. De arts microbiologen van deze laboratoria zijn ook verantwoordelijk voor de infectiepreventie in deze ziekenhuizen. Infectiepreventie en diagnostiek zijn daardoor onlosmakelijk met elkaar verbonden. Buiten de muren van het ziekenhuis ondersteunt de GGD zorginstellingen in geval van uitbraken met BRMO. Hierbij is nauwe samenwerking met de laboratoria belangrijk.

Contact:

Sander Leenders a.leenders@jbz.nl.

De ziekenhuizen in Brabant informeren elkaar onderling wanneer er sprake is van een uitbraak van een BRMO. Naast de melding aan het landelijke signaleringsoverleg ziekenhuisinfecties en antimicrobiële resistentie (SO-ZI/AMR) is het relevant om tijdig de regionale partners te informeren. Patiënten bewegen zich voornamelijk op regionale schaal waardoor het relevant is te weten welke actuele uitbraken in de regio spelen.

Voor het melden is regionaal een eenvoudige werkwijze en een bijbehorend formulier ontwikkeld.

Contact:

Thera Habben Jansen thabbenjansen@amphia.nl.

Het risicoprofiel geeft inzicht in een aantal risico’s op het gebied van antibiotica resistentie in de regio Noord-Brabant. De huidige versie is beschrijvend van aard:

  • Een beschrijving van de regio en de zorgkaart.
  • Een overzicht van de mogelijke knelpunten (uitbraken, resistentie, antibioticagebruik, beleving van burgers en antibioticaresistentie in de veehouderij).
  • Een risicobeoordeling van verschillende onderdelen van de zorgketen. Denk daarbij aan formatie voor infectiepreventie; auditsystematiek; BRMO surveillance en terugkoppeling. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen ziekenhuizen en langdurige zorginstellingen.

Het risicoprofiel is gevuld met kwantitatieve gegevens van onder meer het CBS en van netwerkpartners van Rezisto. De kwalitatieve informatie is verzameld tijdens bijeenkomsten en werksessies met (zorg)experts, zoals artsen-microbioloog, deskundigen infectiepreventie en specialisten ouderengeneeskunde.

In de eerste helft van 2022 wordt het risicoprofiel bijgewerkt. Dit risicoprofiel krijgt niet langer de vorm van een rapport maar wordt een online publicatie met eenvoudige navigatie. Hans Augustijn, regionaal epidemiologisch consulent en onderzoeker bij GGD West Brabant en Lieke Raijmakers, onderzoeker bij GGD West Brabant stellen samen met een werkgroep de nieuwe versie van dit profiel op.

Zie ook: Samenvatting regionaal risicoprofiel Noord-Brabant (PDF).

Contact

Thera Habben Jansen thabbenjansen@amphia.nl.

Het PREZIES (PREventie van ZIEkenhuisinfecties door Surveillance) netwerk is een samenwerkingsverband van ziekenhuizen en het RIVM. Via hun afdeling infectiepreventie melden ziekenhuizen zich aan voor deelname. Door deel te nemen, krijgt het ziekenhuis inzicht hoe vaak specifieke zorginfecties in het eigen huis voorkomen ten opzichte van de andere deelnemende ziekenhuizen. Deelname biedt dus de mogelijkheid de eigen resultaten op het gebied van deze zorginfecties te spiegelen. Het aanleveren van de benodigde data gebeurt vaak via de afdelingen infectiepreventie. Zij halen deze geanonimiseerde informatie uit het elektronisch patiëntendossier. Bij herhaalde metingen, geven de resultaten inzicht in trends in het optreden van zorginfecties in het eigen ziekenhuis.

Wat meet PREZIES?

De volgende modules zijn binnen PREZIES beschikbaar:

  • Incidentie onderzoek van postoperatieve wondinfecties
  • Incidentie onderzoek van lijnsepsis
  • Halfjaarlijks prevalentie onderzoek van zorginfecties bij de opgenomen patiënten
  • Thematisch onderzoek naar gebruik van urethrakatheters
  • Thematisch onderzoek naar antibioticagebruik

Informatie en aanmelden

Meer informatie over PREZIES en de mogelijkheid om aan te melden is te vinden op de website van het RIVM.

Contact

E-mail: prezies@rivm.nl
Telefoon: 030 – 274 3159

Om er zeker van te zijn dat de maatregelen op het gebied van infectiepreventie werken, is het belangrijk om resultaten te meten. Dat kan via audits van infectiepreventiemaatregelen, maar ook resultaatmetingen zijn nuttig. Het Surveillance Netwerk Infectieziekten Verpleeghuizen (SNIV) van het RIVM biedt hiervoor mogelijkheden.

Wat meet SNIV?

Neem je deel aan het netwerk, dan heb je de volgende keuzemogelijkheden:

  • Een wekelijkse incidentiemeting (meting van het aantal nieuwe gevallen per week) van diverse infectieziekten waaronder COVID19;
  • Een halfjaarlijkse prevalentiemeting (hoeveel procent van de cliënten heeft op dit moment de gemeten infectie) van verschillende zorginfecties waaronder COVID-19;
  • Antibiotica surveillance als onderdeel van het prevalentie onderzoek en als losse module. De losse module is eenvoudig uit te voeren. De apotheker die is verbonden aan het betreffende verpleeghuis levert hiervoor de data aan.

Omdat alle deelnemende verpleeghuizen deze metingen op dezelfde manier uitvoeren, kunnen we resultaten ook met elkaar vergelijken. Je kunt dus het resultaat van het eigen huis vergelijken met de resultaten van de andere deelnemende verpleeghuizen. Het inzicht of je laag, gemiddeld of hoog scoort helpt bij het beoordelen van het succes van het eigen infectiepreventiebeleid.

Informatie en aanmelden

Meer informatie over SNIV en de mogelijkheid om aan te melden is te vinden op de website van het RIVM.

Contactpersoon voor dit onderwerp is Annabel Breeman a.breeman@ggdwestbrabant.nl.

Om de juiste voorzorgsmaatregelen te kunnen nemen moeten zorgverleners weten welke resistente bacteriën patiënten bij zich dragen. Het is dus belangrijk dat deze informatie met de patiënt mee reist door de zorgketen heen. Deze informatie moet op tijd bij de juiste zorgverlener terecht komen en deze moet vervolgens ook weten wat voor maatregelen nodig zijn.

Gebruiken wat er al is

Veel zorgorganisaties maken transmurale werkafspraken over overdracht van zorg in de keten. Goede overdracht van patiëntinformatie hoort daarbij.

In het project ‘Transmurale werkafspraken’ brengen we in kaart welke transmurale werkafspraken over patiëntoverdracht er in de regio zijn gemaakt. Vervolgens bekijken we of hier al afspraken over dragerschap van resistente micro organismen in staan. Als dat niet het geval is en het wel relevant is gaan we met de betrokken zorgaanbieders aan de slag om deze afspraken toe te voegen.

Zo maken we gebruik van bestaande middelen om de verspreiding van resistente bacteriën in onze regio tot een minimum te beperken.

Meer informatie over dit project is te krijgen bij Danielle van Oudheusden.